Druk op fossiele brandstoffen

Een paar weken geleden werd voor het eerst in de geschiedenis van de aarde een bedrijf gedwongen door een rechter om de CO2-uitstoot te verlagen. Het bijzondere aan deze rechtszaak was dat er geen schadevergoeding werd geëist, maar om verandering in beleid en gedrag van Shell. Deze baanbrekende uitspraak heeft enorme invloed op de fossiele industrie. Nu staan olieconcerns over de hele wereld aan alle kanten onder druk.

In ons artikel Milieudefensie wint rechtszaak tegen Shell was te lezen dat het olie- en gasbedrijf Shell in de jaren tachtig al bewust was van de mogelijke gevolgen van het versterkt broeikaseffect. Jammer genoeg legde Shell de verantwoordelijk over het milieu bij overheden en consumenten. Het is zacht gezegd opmerkelijk dat Shell al deze jaren weinig heeft gedaan op het gebied van duurzaamheid, maar wel wist dat hun activiteiten omtrent gas en olie schadelijk waren voor het milieu. Verandering kwam pas afgelopen decennia, toen er druk over klimaatverandering van buiten af op het bedrijf kwam. In principe hoeft Shell geen verantwoordelijkheid te dragen, maar het bedrijf heeft wel schuld aan het feit dat ze flink geïnvesteerd hebben in een lobby tegen een strenger klimaatbeleid, het zaaien van twijfel over klimaatverandering en in greenwashing reclamecampagnes zoals Make the future… Dit geldt niet alleen voor Shell. Meerdere oliemaatschappijen hebben in het verleden veelste traag gereageerd op noodzakelijke veranderingen. Nu nog steeds ontkennen oliemaatschappijen in veel gevallen de ernst van de klimaatcrisis en de rol die zij daar zelf in spelen.

Om ervoor te zorgen dat er nu echt een energietransitie gaat plaatsvinden, is er samenspraak nodig tussen overheden, industrie en consumenten. De strijd is helaas niet gestreden met het aanspreken van één bedrijf. Gelukkig is er nu meer dan ooit aandacht voor het klimaat. Heftige nieuwsberichten en wetenschappelijke rapporten vormen een goed begin, alleen blijven de acties achter. Bedrijven, regeringen en burgers nemen klimaatverandering niet serieus genoeg.. Toch geeft de gerechtelijke uitspraak tegen Shell en de gevolgen van het vonnis weer hoop voor het klimaat. Het vonnis toont namelijk aan dat het Akkoord van Parijs en wetenschappelijke inzichten van de Klimaatraad van de VN (IPCC, de Intergovernmental Panel on Climat Change, een orgaan van de Verenigde Naties die beleidsmakers voorziet van wetenschappelijke informatie met betrekking tot klimaatverandering) toonaangevend zijn en als bewijs gevoerd kunnen worden in de rechtszaal. Ook komt de underdog story bij deze rechtszaak goed tot recht. Een kleine milieuorganisatie kan dus een gigantische invloed hebben op grote bedrijven en op het internationaal klimaatbeleid. Oliegiganten zijn niet langer meer onaantastbaar en kunnen zich niet achter misleidende duurzaamheidsclaims verschuilen of in een land gaan vestigen met lage groene ambities. Bovendien wordt de klimaatkennis door alle media-aandacht in de samenleving steeds groter. Dit heeft weer als invloed dat in de politiek gemakkelijker ‘ambitieuze’ klimaatdoelstellingen kunnen worden uitgevoerd. Het helpt zeker wanneer het nu duidelijk is dat grote vervuilers sindskort door het rechterlijk systeem gewoon in het gareel kunnen worden gehouden!

Recentelijk riep ook het conservatieve International Energy Agency (IEA) op dat er vanaf dit jaar geen inversteringen meer mogen gedaan worden in nieuwe kolenmijnen gas- en olieboringen om te voorkomen dat de aarde meer dan 1,5 graden opwarmt. Deze ‘aanval’ van het IEA heeft de oliewereld geschokt. Ineens gaat de organisatie, die nota bene een halve eeuw geleden werd opgericht om te voorkomen dat de olietoevoer ooit zal stoppen, mee met radicale plannen van milieuorganisaties om direct een einde te breiden aan de zoektocht naar nieuwe olie- en gasbronnen. 

De dreiging van rechtszaken heeft nu ook zijn intrede gedaan in de financiële sector. Er wordt nu kritisch gekeken naar de risico’s van het investeren in milieuvervuilende zaken. Beleggers twijfelen in toenemende mate of hun geld ‘in de olie nog wel veilig is, een vrees die hopelijk straks terecht is. Er zijn wel veranderingen al te merken, sinds dit jaar steunen banken meer in groene projecten dan in fossiele brandstofprojecten. Hoe duidelijker de signalen zijn van regeringen en instituties zoals de IEA, hoe meer investeerders hun blik zullen richten op duurzame energie. 

Er zijn nog wel wat hobbels en gaten in de weg naar duurzame energie, want ondanks de urgente klimaatproblemen voeren overheden, de instituties die juist verantwoordelijk zijn voor het terugdringen van broeikasgassen, geen harde maatregelen uit. Toch moet er wel snel gehandeld worden om binnen de 1,5 graden opwarming te blijven.. De vraag is niet of het technische haalbaar is, want uit de IEA-rapport en verschillende IPCC-scenario’s blijkt dit wel zo te zijn. De vraag is of het politiek haalbaar is. De politieke afwezigheid op klimaatvlak verklaart de vele klimaat rechtszaken: als de overheid niks doet, dan trekt de burger zelf namelijk de groene schoenen aan. In de Urgenda rechtszaak werd al geconcludeerd dat de Nederlandse overheid veelste weinig doet om haar burgers te beschermen tegen de gevolgen van het klimaat. Niet alleen in Nederland is de bal aan het rollen. Op het moment lopen zo’n 1800 klimaatzaken nu in de wereld. In alle bestuurskamer, zowel binnen- en buitenland, gaan nu de klimaatalarmbellen af. 

De invloed van internationale verdragen, wetenschappelijke inzichten, vindingrijke milieuorganisaties, rechterlijke uitspraken, duurzamere inversteringen en de oproep van de IEA hebben er allemaal voor gezorgd dat de fossiele brandstof industrie nu echt tegen het einde aan loopt. Het is tijd dat we ons richten op duurzame alternatieven. Wel moeten we in ons achterhoofd houden dat het doel niet op zichzelf moet zijn om te stoppen met fossiele brandstoffen. Het doel moet zijn om zo duurzaam mogelijk, met een zo laag mogelijke uitstoot van broeikasgassen en andere milieuvervuilende stoffen, energie te kunnen opwekken.